Uitgangspunten windenergie

  1. De omgeving heeft een actieve en betrokken rol bij de ontwikkeling en de exploitatie van windturbines.
  2. a. De opbrengsten (€ en kWh) van windturbines moeten maximaal terugvloeien in de gemeenschap.
    b. Bij voorkeur wordt een substantieel deel coöperatief ontwikkeld.
  3. De windturbines moeten op een goede plek komen, bezien vanuit een goede ruimtelijke ordening (goede functiecombinatie en landschappelijke inrichting). Hierin is de gemeente initiërend om in samenspraak met haar omgeving kansrijke ontwikkelgebieden te bepalen.
  4. Grondspeculatie moet worden voorkomen door:
    a. In het zoekgebied één samenhangend project, windmolenpark, te ontwikkelen.
    b. De bebouwde en onbebouwde gronden noodzakelijk voor de realisatie van windenergie te zien als een samenhangend complex: het windmolenpark.
    c. Alle grondeigenaren van het windmolenpark een eerlijke grondvergoeding te geven.
  5. In iedere gemeente wordt tenminste 1 windenergie locatie ontwikkeld van 4-5 windturbines.
  6. Gemeenten werken samen aan de vorming van windenergiebeleid.
  7. Gemeenten werken samen aan de ontwikkeling van gemeentegrensoverschrijdende locaties.
  8. De Provincie ondersteunt gemeenten bij de samenwerking en de uitwerking van
    bovenstaande uitgangspunten en maakt daarover afspraken met gemeenten betreffende mijlpalen, wederzijdse rollen en taken in het uitvoeringsproces.